Handige woorden en zinnen in de Indonesische taal

Studeren op jouw moment

Basis woorden en zinnen

Om een start te maken met de Indonesische taal geven wij hier een aantal veel voorkomende woorden en zinnen weer. Tevens een lijst met de telwoorden. De telwoorden zijn altijd handig om die uit het hoofd te leren. Dit laatste maakt het  o.a. wat gemakkelijker om met het geld in Indonesische om te gaan.

Uitspraak van bepaalde letters in het Indonesisch

  • C – tj
  • J – dj
  • U – oe
  • Y – j
  • NY – nj
  • KH – ch

Telwoorden

  • 0 – Nol (Kosong)
  • 1 – Satu
  • 2 – Dua
  • 3 – Tiga
  • 4 – Empat
  • 5 – Lima
  • 6 – Enam
  • 7 – Tujuh
  • 8 – Delapan
  • 9 – Sembilan
  • 10 – Sepuluh
  • 11 – Sebelas
  • 12- Dua belas
  • 13 – Tiga belas
    T/m 19 is het dan steeds xx belas.
  • 20 – Dua puluh
  • 21 –  Dua puluh satu
    t/m 29 is het dan steeds Dua pulluh xx
  • 30 – Tiga puluh
  • 31 – Tiga puluh satu
    t/m 39 is het dan steeds Tiga pulluh xx
  • 40 – Empat puluh
  • 41 – Empat puluh satu
    t/m 49 is het dan steeds Empat puluk xx
  • 50 – Lima puluh
  • 51 – Lima puluh satu
    t/m 59 is het dan steeds Lima puluh xx
  • 60 – Enam puluh
  • 61 – Enam pulluh satu
    t/m 69 is het dan steeds Enam puluh xx
  • 70 – Tujuh puluh
  • 71 – Tujuh puluh satu
    t/m 79 is het dan steeds Tujuh puluh xx
  • 80 – Delapan puluh
  • 81 – Delapan puluh satu
    t/m 89 is het dan steeds Delapan puluh xx
  • 90 – Sembilan puluh
  • 91 – Sembilan puluh satu
    t/m 99 is het dan steeds Sembilan puluh xx
  • 100 – Seratus
  • 101 – Seratus satu
  • 121 – Seratus dua puluh satu
  • 1000 – Seribu
  • 10.000 – Sepuluh ribu
  • 100.000 – Seratus ribu
  • 1000.000 – Satu juta

Inmiddels zie je waarschijnlijk al de eenvoud van de telwoorden. Eigenlijk is het heel simpel je plakt de getallen achterelkaar aan elkaar vast. Leer de getallen 1 t/m 10 uit je hoofd en je gaat al een heel eind komen.

 

De geldbiljetten

  • 1000 Rupiah – Seribu Rupiah
  • 2000 Rupiah – Dua ribu Rupiah
  • 5000 Rupiah – Lima ribu Rupiah
  • 10.000 Rupiah – Sepuluh ribu Rupiah
  • 20.000 Rupiah – Dua puluh ribu Rupiah
  • 50.000 Rupiah – Lima puluh ribu Rupiah
  • 100.000 Rupiah – Seratus ribu Rupiah

Dagen van de week

  • Maandag – Senin
  • Dinsdag – Selasa
  • Woensdag – Rabu
  • Donderdag – Kamis
  • Vrijdag – Jum’at
  • Zaterdag – Sabtu
  • Zondag – Minggu

Helaas lijkt het totaal niet op hoe wij de dagen in het Nederlands uitspreken en zou je de dagen in de Indonesische taal uit je hoofd moeten leren.

De delen van de dag

  • Dageraad – Fajar
  • Zonsopgang – Matahari terbit
  • Ochtend – Pagi
  • Middaguur – Waktu siang of Waktu tengah hari
  • Middag – Siang
  • Avond – Malam
  • Schemering – Senja kala
  • Zonsondergang – Matahari terbenam
  • Middernacht – Tengah malam

Maanden

Deze spreek je zo een beetje hetzelfde uit zoals wij deze kennen. Dus even een gemakkelijke.

Seizoenen

  • Lente – Musim semi
  • Zomer – Musim panas
  • Herfst – Musim gugur
  • Winter – Musim dingin

Tijdseenheden

  • Seconde – Detik
  • Minuut – Menit
  • Kwartier – Seperempat
  • Half uur – Setengah jam
  • Uur – Jam
  • dag – Hari
  • week – Minggu
  • maand – Bulan
  • jaar – Tahun

Begroetingen

  • Welkom – Selamat datang
  • Goedemorgen – Selamat pagi
  • Goedendag of goedemiddag – Selemat siang
  • Goedenavond – Selamat malam
  • Wat is je naam? – Siapa namamu
  • Mijn naam is … – Nama saya…
  • Tot ziens – Sampai jumpa
  • Tot straks – Sampai nanti

Veel gebruikte woorden in een gesprek

  • Ja – Ya
  • Nee – Tidak
  • Alsjeblief  – Silahkan
  • Dankjewel  – Terima kasih
  • Hoe gaat het? – Apa kabar ?
  • Goed, dankjewel – Baik, terima kasih
  • Graag gedaan – Terima kasih kembali en/of alleen sama sama

Familie benamingen

  • Vader – Bapak (in spreektaal) Pak
  • Moeder – Ibu (in spreektaal) Bu
  • Kind – Anak
  • Zoon – Anak laki laki of Putera
  • Dochter – Anak perempuan of Puteri
  • Jongere broer of zus – Adik
  • Oudere broer of zus – Kakak
  • Oom – Paman of Om
  • Tante – Bibi
  • Man – laki laki
  • Vrouw – Perempuan
  • Schoonvader – Bapak mertua
  • Schoonmoeder – Ibu mertua
  • Zwager – kakak ipar laki laki
  • Schoonzus – kakak ipar perempuan
  • Grootvader – Kakek
  • Grootmoeder – Nenek

Enkele zinnen in de Indonesische taal

  • Waar komt u vandaan? – Dari mana?
  • Wij komen uit Nederland – Kami dari Belanda
  • Goedemorgen, ik wil naar de winkel -Selamat pagi. Saya mau ke toko warung
  • Kunt u mij helpen? – Dapatkah Anda membantu saya?
  • Is er een goed restaurant in de buurt? – Di manakah restoran yang bagus?
  • Wij willen graag een tafel bij het raam. – Kami minta meja yang dekat jendela
  • Wij willen bestellen – Kami mau pesan
  • Ik hou niet van pittig eten – Tidak suka makanan pedas
  • Ik wil naar de wc –Saya ingin pergi ke toilet
  • Het eten was lekker – Makanan enak
  • Wil je de prijs opschrijven? – Bisakah anda menulis harganya?
  • Gaat er een bus naar …… ? – Ada bis ke ……?
  • Waar moet ik uitstappen? – Turunnya di mana ?
  • Ik logeer in hotel …… in …..  – Saya tinggal di hotel …. di ….
  • Ik hou van jou – Aku cinta kamu